ECLI:NL:RBDHA:2017:8143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige verklaringen en verhoogd inreisverbod
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie werd afgewezen. De aanvraag werd kennelijk ongegrond verklaard op grond van diverse bepalingen uit de Vreemdelingenwet 2000, mede vanwege twijfel over de geloofwaardigheid van eiser's identiteit en zijn asielrelaas.
Eiser stelde dat hij vanwege zijn politieke activiteiten en problemen met een drugsbende vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer naar Marokko. De staatssecretaris betwistte deze gronden en verhoogde tevens het inreisverbod van twee naar vijf jaar.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig achtte, onder meer vanwege tegenstrijdige verklaringen over lidmaatschap van de 20 Februari-beweging en het ontbreken van bewijs voor de opgegeven demonstratie. Ook werd onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de Marokkaanse autoriteiten geen bescherming konden bieden tegen de drugsbende.
Voorts vond de rechtbank de verhoging van het inreisverbod tot vijf jaar gerechtvaardigd, gelet op het ontbreken van bijzondere individuele omstandigheden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.
De rechtbank wees een verzoek om uitstel van vertrek af, omdat de medische situatie van eiser onvoldoende aanleiding gaf tot nader onderzoek.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod wordt verhoogd tot vijf jaar.