ECLI:NL:RBDHA:2017:8096
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens te laat ingediend bezwaar tegen verblijfsrechtbesluit
Eiser diende op 13 februari 2014 een aanvraag in voor een document duurzaam verblijf als burger van de Unie. Het primaire besluit van 2 november 2015 stelde vast dat eiser geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan had. Dit besluit werd op 3 november 2015 naar het laatst bekende adres in de Basisregistratie Personen (BRP) verzonden, maar werd geweigerd retour ontvangen. Eiser stelde dat hij niet op dat adres woonde en dat het besluit niet rechtsgeldig was uitgereikt.
Eiser diende op 29 september 2016 een bezwaarschrift in tegen het bestreden besluit van 9 november 2016, waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. Eiser voerde aan dat hij pas op 23 september 2016 kennis had genomen van het primaire besluit en dat hij geen vaste woon- of verblijfplaats had gehad.
De rechtbank oordeelde dat het besluit rechtsgeldig was bekendgemaakt door verzending naar het laatst bekende adres in de BRP. Het niet tijdig indienen van het bezwaar was voor rekening en risico van eiser, die onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet op dat adres stond ingeschreven. Er was geen verschoonbare reden voor de overschrijding. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens te laat ingediend bezwaar zonder verschoonbare reden.