Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
V-nummer: [nummer]
Rechtbank Den Haag
Eiser, afkomstig uit Bagdad, Irak, heeft een asielaanvraag ingediend op grond van atheïsme en de daaruit voortvloeiende problemen in zijn land van herkomst. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat hij de identiteit en nationaliteit van eiser wel geloofwaardig acht, maar het atheïsme van eiser niet. Volgens verweerder heeft eiser onvoldoende inzicht gegeven in het proces van zijn afkeer van de islam en is er geen sprake van een diepgewortelde levensovertuiging.
Eiser heeft gesteld dat hij sinds augustus 2014 atheïst is en dat hij vanwege geweld gepleegd in naam van de islam afstand heeft genomen van zijn geloof. Hij verwijst naar een scriptie over bescherming tegen religieuze vervolging en stelt dat in Bagdad sprake is van een uitzonderlijke situatie. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft toegelicht waarom hij atheïst is geworden en dat zijn levenswijze niet is veranderd. Ook is niet gebleken dat hij problemen heeft ondervonden vanwege zijn ongelovigheid.
De rechtbank stelt dat verweerder de geloofwaardigheid van het relaas terecht heeft beoordeeld en dat het beroep daarom ongegrond is. De grond dat Bagdad een uitzonderlijke situatie is, faalt eveneens omdat eiser daar vandaan komt en geen vestigingsalternatief is geboden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens atheïsme wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid.