ECLI:NL:RBDHA:2017:8002
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering beslagvrije voet bij strafrechtelijk beslag
Eiser is onderwerp van een strafrechtelijk onderzoek waarbij beslag is gelegd op zijn vermogen op grond van artikel 94a Sv. Hij vordert in kort geding toepassing van de beslagvrije voet uit artikel 475d Rv op dit beslag, omdat hij geen inkomsten heeft en niet kan voorzien in het levensonderhoud van zijn gezin.
De rechtbank overweegt dat eiser reeds een beklagprocedure op grond van artikel 552a Sv aanhangig heeft gemaakt, die een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang vormt. Hierdoor staat de burgerlijke rechter in beginsel niet open voor zijn vordering, tenzij er sprake is van spoedeisendheid die niet kan worden afgewacht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen zodanige spoedeisendheid is, mede omdat de behandeling van het klaagschrift op korte termijn gepland staat en het beslag al geruime tijd rust. Ook het argument dat in de beklagprocedure slechts een marginale toets zou plaatsvinden, overtuigt niet. Daarom wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot toepassing van de beslagvrije voet en veroordeeld tot betaling van de proceskosten.