ECLI:NL:RBDHA:2017:7937
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat eiser eerder een asielverzoek in Slowakije had ingediend, dat land verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening en Slowakije instemde met terugname.
Eiser voerde aan dat de asielprocedure in Slowakije niet aan minimumnormen voldoet, dat hij niet gehoord is, geen rechtsbijstand kreeg en in een gesloten kamp zat. Hij stelde dat overdracht aan Slowakije een reëel risico op refoulement inhoudt vanwege zijn homoseksualiteit en de homofoob en xenofoob geachte situatie in Slowakije.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat Slowakije zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De enkele stelling dat hij werd verzocht het land te verlaten zonder asielrelaas is onvoldoende. Eiser verbleef slechts kort in Slowakije en heeft zijn stellingen niet met stukken onderbouwd.
De rechtbank wees erop dat Slowakije gebonden is aan Europese richtlijnen en het EVRM, en dat eiser klachten bij de autoriteiten kan indienen. Verweerder hoefde de aanvraag niet aan zich te trekken wegens onevenredige hardheid. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.