Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
ProcesverloopEiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 8 februari 2017 (het bestreden besluit).
Overwegingen
Eiser heeft verder verklaard dat hij ruzie heeft met zijn vader en dat zijn interesse in het christendom die ruzie zal verergeren.
De rechtbank oordeelt als volgt.
De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog. Uit het medisch advies van de FMMU blijkt dat eiser heeft aangegeven aan zijn rechteroor slechthorend te zijn. Verder zijn tijdens het onderzoek geen klachten geconstateerd en is er geen sprake van beperkingen die relevant zijn voor het horen en beslissen. Eiser heeft daar op dat moment geen medische gegevens tegenover gesteld die tot een andere conclusie leiden. Uit WI 2010/13 volgt dat het medisch advies het uitgangspunt is voor het eerste en het nader gehoor in de Algemene Asielprocedure. In punt 2.2 getiteld “werkwijze” van de WI 2010/13 staat vermeld dat indien tijdens het nader gehoor blijkt dat sprake is van ernstige (psychische) problemen die mogelijk interfereren met het vermogen het asielverhaal volledig te kunnen verklaren, de IND-medewerker dan alsnog tot de conclusie kan komen dat het niet wenselijk is om het nader gehoor voort te zetten, omdat het gehoor naar diens eigen inschatting op dat moment niet zorgvuldig genoeg zou kunnen plaatsvinden. Uit de diverse gehoren blijkt niet van medisch gerelateerde problemen die hebben ingewerkt op het vermogen van eiser het asielverhaal volledig te kunnen verklaren. Eiser heeft consequent geantwoord op de hem gestelde vragen en niet blijkt van enige verwardheid of belemmering. Uit het aanvullend gehoor blijkt niet van problemen die hebben ingewerkt op het vermogen van eiser het asielverhaal volledig te kunnen verklaren. Eiser verklaart uitgebreid over zijn werk en dat hij hier nooit problemen mee heeft gehad, ook al was hij zelf gewond geraakt en is een collega neergeschoten. Ook geeft eiser zelf steeds aan dat hij in staat en bereid is het gehoor te laten plaatsvinden. Noch tijdens de gehoren, noch na afloop van de gehoren is op enig moment melding gemaakt van een negatieve invloed van medische problemen op het verloop daarvan. Dat eiser bij de aanvang van het nader gehoor heeft aangegeven dat hij hoofdpijn heeft en zich sommige dingen niet goed kan herinneren, maakt niet dat verweerder er van uit moet gaan dat er sprake is van ernstige psychische problemen bij eiser. Verweerder is dan ook terecht uitgegaan van de door eiser afgelegde verklaringen. De beroepsgrond kan niet slagen.