ECLI:NL:RBDHA:2017:7855
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging maatregel plaatsing in inrichting voor jeugdigen wegens afgenomen recidiverisico
De rechtbank Den Haag behandelde op 29 juni 2017 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ) van een veroordeelde, opgelegd bij vonnis van 3 mei 2012. De maatregel was reeds meerdere malen verlengd en zou op 14 juli 2017 eindigen.
De veroordeelde verzette zich tegen verlenging en gaf aan goed te functioneren, met een stabiele woonsituatie en sociale steun. De raadsvrouw betoogde dat het recidiverisico aanvaardbaar is en dat verlenging niet noodzakelijk is voor een gunstige ontwikkeling. Een deskundige bevestigde dat het recidiverisico matig en aanvaardbaar is.
Hoewel het STP-traject niet van de grond is gekomen, lag dit niet aan de inzet van de veroordeelde maar aan de gemeente die haar nazorgverplichting niet nakwam. De rechtbank concludeerde dat het gevaarscriterium niet langer is vervuld en dat verlenging van de maatregel geen meerwaarde heeft. De begeleiding tijdens het voorwaardelijke jaar via de reclassering wordt als voldoende beschouwd.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot verlenging af, waarmee de maatregel op de geplande datum zal eindigen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de maatregel PIJ af vanwege een aanvaardbaar recidiverisico en het ontbreken van belang bij verlenging.