ECLI:NL:RBDHA:2017:775
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van asielaanvragen wegens ontbreken van relevante vluchtgronden en onvoldoende medische gronden
Eisers, van Albanese nationaliteit en behorend tot de Jevg-gemeenschap, vroegen een verblijfsvergunning asiel aan. De staatssecretaris wees deze aanvragen op 10 januari 2017 af als kennelijk ongegrond, omdat de aangevoerde gronden niet voldeden aan de criteria voor vluchtelingenstatus of bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro.
Eisers voerden aan dat hun medische situatie en discriminatie vanwege hun etnische achtergrond reden waren voor hun vertrek uit Albanië en dat zij risico liepen op schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde echter dat de medische situatie geen asielgerelateerde grond vormde en dat toegang tot medische zorg in Albanië aanwezig was, ook al vonden eisers die onvoldoende. De stelling van discriminatie was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank achtte de afwijzing van de aanvragen als kennelijk ongegrond terecht en zag geen noodzaak om te beoordelen of Albanië als veilig land van herkomst kon worden aangemerkt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen werden ongegrond verklaard wegens ontbreken van relevante vluchtgronden en onvoldoende medische gronden.