ECLI:NL:RBDHA:2017:7724
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser, een Algerijnse staatsburger, diende op 5 april 2017 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat volgens de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Uit onderzoek in het EU-Vis systeem bleek dat eiser in 2014 een Schengenvisum voor Malta had ontvangen en in 2016 een asielverzoek in Duitsland had ingediend, dat was afgewezen wegens niet verschijnen bij het gehoor. Eiser stelde dat bijzondere omstandigheden volgens artikel 17 van Pro de Dublinverordening golden, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank oordeelde dat de Duitse autoriteiten op grond van artikel 18 van Pro de Dublinverordening verantwoordelijk zijn, mede bevestigd door het claimakkoord van april 2017. De stellingen van eiser over een visumaanvraag voor Hongarije werden niet aannemelijk geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.