ECLI:NL:RBDHA:2017:7623
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toegang tot DNA-bewijsmateriaal voor heronderzoek in moordzaak
Een man, onherroepelijk veroordeeld voor moord in 2011, vordert toegang tot DNA-bewijsmateriaal uit zijn strafzaak om nieuw onderzoek te laten uitvoeren door een Amerikaanse deskundige. De Staat weigert afgifte van diverse stukken, waaronder ruwe DNA-files, met het argument dat geen aanwijzingen zijn voor een novum dat herziening rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter stelt dat de eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het nieuwe DNA-onderzoek met moderne methoden mogelijk een novum kan opleveren. Daarom wordt de Staat veroordeeld om binnen een maand de ruwe DNA-files te verstrekken. Andere gevorderde stukken worden afgewezen, mede omdat sommige vernietigd zijn en de Staat aannemelijk heeft gemaakt dat dit conform de gebruikelijke procedures is gebeurd.
De rechter benadrukt het belang van rust na een onherroepelijke veroordeling en beperkt de afgifte tot uitzonderlijke gevallen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld om binnen een maand de ruwe DNA-files te verstrekken, overige gevorderde stukken worden afgewezen.