De man, gehuwd met zijn partner, verzocht de rechtbank om de inschrijving van de buitenlandse geboorteakte van hun kind, geboren via draagmoederschap in Canada, in de Nederlandse registers af te dwingen. De ambtenaar van de burgerlijke stand had geweigerd tot inschrijving over te gaan vanwege het ontbreken van Nederlandse wetgeving die draagmoederschap erkent zonder rechterlijke tussenkomst.
De rechtbank oordeelde dat de geboorteakte rechtsgeldig was opgemaakt door een bevoegde Canadese instantie en dat er geen sprake was van strijd met de Nederlandse openbare orde. De draagmoederovereenkomst in Canada was zorgvuldig en met waarborgen tot stand gekomen, zonder commerciële elementen, en het belang van het kind stond centraal.
De rechtbank benadrukte het belang van het recht van het kind om zijn afstamming te kennen, zoals verankerd in het Nederlandse recht en internationale verdragen. Omdat de geboorteakte de draagmoeder als moeder vermeldde en het vaderschap van de man was vastgesteld, en het kind de mogelijkheid heeft om de identiteit van de eiceldonor te achterhalen, was inschrijving passend.
De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenveroordeling af en gelastte de inschrijving van de geboorteakte in de Nederlandse registers. Hiermee werd de weigering van de ambtenaar ongedaan gemaakt.