ECLI:NL:RBDHA:2017:7435
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende persoonlijke vrees voor vervolging door Boko Haram
Eiser, een Nigeriaanse man, heeft asiel aangevraagd op grond van persoonlijke vrees voor vervolging nadat hij in 2015 in Benin City werd ontvoerd door gewapende mannen die volgens zijn familieleden tot Boko Haram behoorden. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij de ontvoering door Boko Haram niet geloofwaardig achtte en vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk risico liep op vervolging.
De rechtbank bevestigt het standpunt van de staatssecretaris. Zij overweegt dat eiser niet met concrete feiten heeft onderbouwd dat de ontvoering een op hem persoonlijk gerichte actie was. Bovendien verbleef eiser nog negen maanden na de ontvoering zonder problemen in Benin City, waar hij ook naar school ging en examens deed. Het algemene rapport over Boko Haram en de situatie in Benin City ondersteunt de persoonlijke vrees van eiser niet.
Eiser stelde verder dat hij niet kan terugkeren naar Benin City omdat zijn familie daar niet meer woont, maar ook dit is niet met objectieve gegevens onderbouwd. De rechtbank concludeert dat eiser niet voldoet aan de criteria voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel op grond van het Vluchtelingenverdrag en de Vreemdelingenwet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het ongegrond wegens onvoldoende aannemelijkheid van persoonlijke vrees voor vervolging.