ECLI:NL:RBDHA:2017:7170
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod wegens ontbreken geldige machtiging voorlopig verblijf
Verzoekster, met Chinese nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier die met terugwerkende kracht werd ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens. Zij diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van familieleven, welke werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De rechtbank oordeelt dat verzoekster geen vrijstelling van het mvv-vereiste kan krijgen omdat zij nooit rechtmatig verblijf heeft gehad. Verzoeksters beroep op eerdere jurisprudentie en het arrest Jeunesse wordt verworpen omdat de omstandigheden verschillen. De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro leidt tot afwijzing, mede omdat er geen objectieve belemmeringen zijn om het familieleven in China voort te zetten.
Ook het opgelegde inreisverbod wordt gehandhaafd, waarbij de rechtbank stelt dat het inreisverbod als onderdeel van het meeromvattende besluit terecht is opgelegd. Verzoeksters stelling dat zij had moeten worden gehoord in bezwaar wordt eveneens verworpen. De beroepen worden ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod worden ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.