ECLI:NL:RBDHA:2017:6992
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen overdracht aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Tevens werd een voorlopige voorziening gevraagd om overdracht te voorkomen.
De rechtbank stelde vast dat eiser op 11 juli 2016 in Duitsland een asielverzoek heeft ingediend en dat Duitsland het terugnameverzoek heeft aanvaard. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht Duitsland als verantwoordelijke heeft aangemerkt.
Eiser voerde aan dat er tekortkomingen zijn in de Duitse asielprocedure en opvang, en dat overdracht daarom strijdig zou zijn met het Handvest van de Grondrechten van de EU. De rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd en volgde de stelling van verweerder dat Duitsland adequaat optreedt tegen incidenten in opvangcentra.
Ook ontbraken individuele omstandigheden die overdracht onredelijk zouden maken. De rechtbank concludeerde dat de asielaanvraag niet aan zich had hoeven trekken en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Duitsland wordt ongegrond verklaard.