ECLI:NL:RBDHA:2017:6717
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij via Roemenië was binnengekomen. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Roemenië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat hij als Gülen-aanhanger risico loopt op uitzetting naar Turkije via Roemenië, gezien de nauwe banden tussen Roemenië en het Turkse regime en de afwijzing van soortgelijke asielaanvragen in Roemenië. Hij stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast en dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toepassing verdient.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat Roemenië zijn internationale verplichtingen schendt of dat overdracht aan Roemenië disproportioneel zou zijn. De aangevoerde publicaties en omstandigheden boden onvoldoende bewijs voor een afwijking van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukte dat eiser zijn asielgronden in Roemenië kan voorleggen en dat hij zich bij problemen tot de Roemeense autoriteiten moet wenden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.