ECLI:NL:RBDHA:2017:6714
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging leden Koninklijke Marechaussee nabij koninklijk huis
Op 1 januari 2017 stond verdachte nabij de afgesloten toegangspoort van de woning van de koninklijke familie in De Horsten. Hij deed vreemde uitlatingen over bomgordels en wapens richting twee beveiligers van de Koninklijke Marechaussee, die belast waren met de bewaking van het Koninklijk huis. Verdachte toonde geen wapens en gedroeg zich verward maar rustig.
De officier van justitie achtte de bedreiging wettig en overtuigend bewezen, maar concludeerde dat verdachte niet strafbaar was en vorderde ontslag van rechtsvervolging en plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis. De verdediging voerde aan dat de uitlatingen niet als bedreiging konden worden opgevat en voortkwamen uit een verwarde toestand zonder opzet tot bedreiging.
De rechtbank oordeelde dat de letterlijke bewoordingen niet als bedreiging konden worden opgevat en dat de omstandigheden niet rechtvaardigden dat de beveiligers redelijke vrees konden krijgen voor hun leven of zware mishandeling. Verdachte voldeed aan verzoeken en bleef rustig tijdens het gesprek. Daarom was niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake was van bedreiging, en sprak de rechtbank verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van bedreiging van twee leden van de Koninklijke Marechaussee omdat de bedreiging niet wettig en overtuigend was bewezen.