ECLI:NL:RBDHA:2017:6610
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende onderbouwing van vervolgingsgevaar
Eiser, een Iraanse staatsburger, vroeg asiel aan na een incident waarbij zijn muilezel werd gedood en hij betaald zou hebben aan de PKK. Hij vluchtte legaal uit Iran nadat hij door een vermeende vertrouwenspersoon van het regime was benaderd. De staatssecretaris wees zijn aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas, met name over de dreiging van de autoriteiten en zijn activiteiten voor de KDPI.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk door de Iraanse autoriteiten werd gezocht. De rechtbank vond het ongeloofwaardig dat eiser ondanks de gevaren in de nabijheid van een vertrouwenspersoon van het regime smokkelde en pas twee dagen na een incident vertrok. Ook de bewering dat hij steun gaf aan de KDPI werd niet geloofd, mede omdat dit niet was onderbouwd en de autoriteiten hiervan vermoedelijk al op de hoogte waren.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het asielverzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het asielverzoek afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van het vluchtverhaal.