ECLI:NL:RBDHA:2017:6603
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Algerijnse minderjarige wegens veilig land van herkomst
Eiser, een minderjarige met de Algerijnse nationaliteit, diende een asielaanvraag in op grond van bedreiging, mishandeling en afpersing door een criminele groep in Algerije. Hij stelde dat de politie hem onvoldoende bescherming bood en dat corruptie wijdverbreid is, waardoor het vragen van bescherming zinloos zou zijn.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat Algerije als veilig land van herkomst wordt beschouwd. De rechtbank bevestigde dit en oordeelde dat het rechtsvermoeden dat Algerije veilig is, geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in zijn specifieke situatie bescherming nodig heeft.
Hoewel eiser stelde dat de politie hem slechts eenmaal had geweigerd en dat corruptie een probleem is, vond de rechtbank dat hij onvoldoende had geprobeerd bescherming te zoeken bij de autoriteiten in zijn eigen district. Ook het feit dat hij minderjarig is, maakte dit niet anders.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.