ECLI:NL:RBDHA:2017:6563
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende binding en middelen
Eisers, een Iraans gezin, hebben visa voor kort verblijf aangevraagd om hun dochter te bezoeken die in Nederland verblijft op basis van een verblijfsvergunning asiel. De aanvragen werden afgewezen omdat niet was aangetoond dat zij voldoende middelen van bestaan hadden, noch dat zij het land tijdig zouden verlaten.
Eisers voerden aan dat zij een sterke sociale binding met Iran hebben vanwege familie en werk, en dat zij over voldoende financiële middelen beschikken. De rechtbank oordeelde dat de sociale binding onvoldoende was omdat de meerderjarige kinderen in Iran niet afhankelijk zijn, en er geen andere zwaarwegende maatschappelijke verplichtingen zijn. Ook was de economische binding onvoldoende omdat de herkomst van de banktegoeden onduidelijk bleef.
Verder woog de rechtbank mee dat de dochter van eisers in Nederland asiel heeft aangevraagd en dat er politieke problemen zijn in Iran, maar dit maakte het oordeel over het terugkeerbesluit niet anders. Eisers stelden dat de hoorplicht was geschonden, maar dit werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvragen wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende binding en middelen.