Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
09/818114-16ter terechtzitting van 31 mei 2017, cursief weergegeven - ten laste gelegd:
en/of (vervolgens) zegtdat die [slachtoffer 1] zijn
en/of (vervolgens) zeggendat die
en/of (vervolgens) roependat die [slachtoffer 3] zijn portemonnee en/of geld af moet geven;
3.Bewijsoverwegingen
- gelet op de uiterlijke kenmerken van verdachte, het alibi dat hij heeft voor 31 mei 2016 en 1 juni 2016 en het ontbreken van biologische sporen, is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het drietal geweldsfeiten van dagvaarding I;
- omdat de bedreigingen steeds alleen zijn gehoord door degene die is gebeld en niet door anderen, wordt hier niet voldaan aan het bewijsminimum. Voorts hebben aangevers niet verklaard waaraan zij de stem van verdachte hebben herkend en zijn zij op dit gebied ook niet deskundig (dagvaarding II).
zeggendat die [slachtoffer 1] zijn geld af moet geven;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
agvaarding II
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De in beslag genomen goederen
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
7 (zeven) jaar en 6 (zes) maanden;
beslaglijstonder 1 tot en met 14 genummerde voorwerpen, te weten:
vordering tot tenuitvoerleggingvan de officier van justitie met parketnummer 10.710048-11 d.d. 12 juli 2016.