ECLI:NL:RBDHA:2017:6201
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Herstel van zorgvuldigheid bij Dublinprocedure wegens psychische problematiek verzoeker
Eiser, een Somalische asielzoeker met een mogelijke psychose, werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard op zijn asielaanvraag omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat zijn psychische toestand niet adequaat was meegenomen bij het gehoor, waardoor de procedure niet zorgvuldig was verlopen.
De rechtbank stelde vast dat het gehoor niet voldeed aan artikel 5 van Pro de Dublinverordening, omdat niet vaststond of eiser de verstrekte informatie goed had begrepen. Eiser verbleef ten tijde van het gehoor op een bijzondere zorgafdeling en had een diagnose van psychotische kwetsbaarheid, mogelijk schizofrenie, waarvoor hij later medicatie kreeg. Tijdens het gehoor was hij echter nog niet ingesteld op medicatie en gaf hij nauwelijks inhoudelijke antwoorden.
Verder bleek dat de hoormedewerker het gehoor had afgebroken vanwege het onvermogen tot een zinnig gesprek, maar dit was niet in het verslag opgenomen. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte door geen aanvullend medisch onderzoek te laten verrichten en geen rekening te houden met de psychische problematiek bij de overdracht aan Duitsland.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht en beval een nieuw besluit waarbij eiser opnieuw dient te worden gehoord met inachtneming van zijn medische situatie. Tevens werden proceskosten aan verweerder opgelegd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds in behandeling is.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen eiser opnieuw te horen met inachtneming van zijn medische situatie.