ECLI:NL:RBDHA:2017:6092
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoeker aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder, de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, nam het verzoek niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser eerder in Italië illegaal was binnengekomen en een asielverzoek had ingediend in Duitsland, dat de aanvraag had afgewezen vanwege vertrek met onbekende bestemming en het niet verschijnen bij een gehoor.
Nederland heeft op 2 april 2017 een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat dit op 4 april 2017 aanvaardde. De rechtbank oordeelde dat de overdracht aan Duitsland terecht was en dat de inhoudelijke beoordeling van het asielverzoek aan Duitsland toekomt. Eisers argument dat zijn aanvraag in Duitsland geen kans maakt en dat overdracht tot terugkeer naar Marokko zal leiden, werd verworpen omdat de Dublinprocedure alleen de verantwoordelijke lidstaat vaststelt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter Sinack op 11 mei 2017 en partijen werden geïnformeerd over het recht op hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Duitsland is ongegrond verklaard.