ECLI:NL:RBDHA:2017:6091
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag minderjarige op grond van Dublinverordening
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, in samenhang met de Dublinverordening (EU) nr. 604/2013, waarbij België als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Eiseres stelt dat zij minderjarig is en dat zij daarom niet mag worden overgedragen aan België. Zij voert aan dat de geboortedatum die in België is opgegeven onjuist is en dat de correcte geboortedatum uit het aanmeldgehoor in Nederland zou moeten gelden. De rechtbank oordeelt echter dat eiseres deze stelling onvoldoende heeft onderbouwd. Hoewel zij aangeeft over bewijsstukken te beschikken die haar minderjarigheid kunnen aantonen, heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij deze stukken niet kan verkrijgen.
Verder heeft eiseres in zowel Nederland als België verklaard meerderjarig te zijn en is zij ook als meerderjarig geregistreerd in beide lidstaten. Daarom was er geen aanleiding voor de staatssecretaris om een leeftijdsonderzoek aan te bieden. De rechtbank concludeert dat het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.