ECLI:NL:RBDHA:2017:5908
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling ongegrond verklaard
Eiser, een Albanese vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is genomen in het belang van de openbare orde en met het oog op uitzetting, vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren.
Eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig was omdat hij volgens een proces-verbaal al op 17 mei 2017 in bewaring zou zijn gesteld, terwijl het terugkeerbesluit pas op 18 mei 2017 was genomen. De rechtbank oordeelde echter dat het op 17 mei 2017 aangevinkte proces-verbaal een vergissing bevatte en dat de feitelijke inbewaringstelling pas op 18 mei 2017 plaatsvond, na het terugkeerbesluit.
De rechtbank stelde vast dat de gronden voor de bewaring niet werden bestreden en dat de toepassing en uitvoering van de maatregel niet in strijd waren met de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen schadevergoeding toegekend. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel is ongegrond verklaard.