ECLI:NL:RBDHA:2017:5840
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Chr.A.J.F.M. Hensen
- R.G.C. Veneman
- A.M. Boogers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens schending vertrouwensbeginsel bij vervolging vernieling zebrapad
De verdachte werd vervolgd voor het opzettelijk vernielen van een voetgangersoversteekplaats in Leiden door het aanbrengen van verf. Na een eerste onderzoek besloot het openbaar ministerie mediation in te zetten, waarbij de verdachte en medeverdachten afspraken maakten met de gemeente Leiden en het COC, inclusief het vergoeden van de schade en het organiseren van een seminar over diversiteit.
Ondanks deze afspraken ging het openbaar ministerie alsnog over tot vervolging. De verdediging stelde dat hiermee het vertrouwensbeginsel werd geschonden omdat de verdachte mocht vertrouwen op de toezegging geen strafrechtelijke vervolging te zullen ondergaan bij nakoming van de afspraken.
De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie in deze zaak onterecht is teruggekomen op de toezegging. De vermeende nieuwe feiten en omstandigheden waren al bekend bij het maken van de mediationafspraak en de verdachten hadden de afspraken nagekomen. Daarom verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Deze beslissing benadrukt het belang van het vertrouwensbeginsel bij het instellen van strafvervolging en dat het openbaar ministerie niet zonder zwaarwegende redenen mag afwijken van eerder gemaakte toezeggingen.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van het vertrouwensbeginsel.