Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 mei 2017 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats] , eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers gebruikten een perceel met bestemming Agrarisch-Glastuinbouw voor doeleinden die niet binnen deze bestemming passen, zoals een Italiaans dorp met evenementen en opslag van houtbewerkingsmachines. De gemeente stelde handhavingsbesluiten op om dit gebruik te staken en legde een last onder dwangsom op.
Eisers voerden aan dat er een vergunning van rechtswege was verleend en dat nieuw handhavingsbeleid van toepassing zou zijn. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een vergunning van rechtswege omdat de aanvraag uit 2004 niet was beslist en het verzoek uit 2015 onvoldoende concreet was. Het nieuwe beleid was vastgesteld na het bestreden besluit en kon daarom niet worden toegepast.
De rechtbank bevestigde dat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan en de Wabo, en dat de gemeente bevoegd was handhavend op te treden. Er waren geen bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg stonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit is ongegrond verklaard en het gebruik van het perceel voor niet-toegestane doeleinden moet worden gestaakt.