Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
[slachtoffer]heeft gedwongen tot de afgifte
[slachtoffer], welke bedreiging met geweld
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 22 mei 2017 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van afpersing van zijn vader door middel van bedreigingen via sms-berichten. Verdachte had zijn vader gedwongen tot het afgeven van geldbedragen onder dreiging zichzelf of anderen geweld aan te doen.
Tijdens de inhoudelijke behandeling op 8 mei 2017 heeft verdachte het ten laste gelegde feit bekend. De rechtbank acht het bewezen dat verdachte op 7 november 2016 zijn vader heeft bedreigd met teksten waarin hij onder meer dreigde zichzelf te verwonden of iemand anders te doden indien geen geld werd gegeven. De rechtbank concludeerde dat verdachte strafbaar is en dat het bewezenverklaarde afpersing oplevert.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een ernstige cocaïneverslaving, schizofrenie en ADHD, en zijn eerdere veroordelingen. Ondanks het advies van de reclassering om een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen, achtte de rechtbank dit niet passend vanwege eerdere niet-naleving van voorwaarden en de ernst van de situatie.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 164 dagen, gelijk aan de duur van het voorarrest, waarbij rekening werd gehouden met de impact van de drugsverslaving op het leven van verdachte en zijn ouders. De straf is zwaarder dan gebruikelijk vanwege de stelselmatige benadering van zijn ouders en het ontbreken van inzicht bij verdachte in de gevolgen van zijn handelen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 164 dagen gevangenisstraf voor afpersing door bedreiging met geweld via sms.