Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam] , eiser,
[naam 2]en
[naam 4], alsmede
Rechtbank Den Haag
Eisers, Albanese nationaliteit, vreesden bloedwraak vanwege een familievete die teruggaat tot 1995. Zij stelden dat meerdere moordaanslagen op eiser in 1997 en 2015 verband hielden met deze vete. De staatssecretaris wees hun asielaanvragen af omdat hij het verband tussen de moordaanslag in 2015 en bloedwraak ongeloofwaardig achtte en Albanië als veilig land van herkomst beschouwde.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over de identiteit en de moordaanslagen geloofwaardig waren, maar dat het verband met bloedwraak onvoldoende was onderbouwd. Eisers konden hun stellingen niet voldoende documenteren, zoals het overleggen van dreigbrieven, en de lange tijd tussen de incidenten maakte het verband niet aannemelijk. Ook was onvoldoende gebleken dat de Albanese autoriteiten niet bereid zouden zijn bescherming te bieden.
De rechtbank verwierp de beroepsgronden en verklaarde de beroepen ongegrond. De medische verklaringen van de Duitse psychiater werden niet inhoudelijk beoordeeld omdat dit niet in het beroep was aangevoerd. De uitspraak werd gedaan door rechter de Roos op 24 januari 2017 en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen.