ECLI:NL:RBDHA:2017:4945

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 mei 2017
Publicatiedatum
11 mei 2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 8553
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 VwArt. 8:75 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting in Dublinprocedure

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarmee hij en zijn gezin zouden worden uitgezet naar Italië in het kader van de Dublinprocedure. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.

De voorzieningenrechter stelde vast dat onverwijlde spoed geboden was en dat de belangen van verzoeker en zijn gezin zwaarder wogen. Verweerder, de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verzette zich niet tegen het verzoek. Op basis van een medische brief van het UMC en de omstandigheden werd het verzoek toegewezen.

De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit en verbiedt de uitzetting totdat het bezwaar is afgehandeld. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het besluit tot uitzetting wordt geschorst en uitzetting wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 17/8553
uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 mei 2017 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

[verzoekster], verzoekster,
mede namens hun minderjarige kind
[kind], geboren op [geboortedatum]
gemachtigde mr. J. de Jong,
en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 april 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Hij verzoekt verweerder te verbieden hem en zijn gezin uit te zetten tot op het bezwaar is beslist.
Omdat onverwijlde spoed dat vereist, is op grond van artikel 8:83, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb), een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Verzoeker zal op 9 mei 2017 samen met zijn gezin worden overgedragen aan Italië in het kader van Dublin.
3. Verweerder heeft bij schrijven van 8 mei 2017 meegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.
4. Gelet op de bij het verzoek overgelegde brief van het UMC van 2 mei 2017 en de voornoemde mededeling van verweerder komt het verzoek voor toewijzing in aanmerking.
5. Met toepassing van artikel 8:82, vijfde lid, Awb gelast de voorzieningenrechter dat verweerder het betaalde griffierecht van €168,- moet vergoeden.
6. De voorzieningenrechter zal met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, Awb verweerder veroordelen in de kosten die verzoeker heeft gemaakt. De kosten zijn ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op €495,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekers niet mogen worden uitgezet totdat is beslist op het bezwaar;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan verzoekers te vergoeden;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van €495,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Toekoen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Afschrift verzonden aan partijen op: