ECLI:NL:RBDHA:2017:4711
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duurzaam verblijf unieburger na beëindiging relatie ondanks kinderen in Nederland
Eiseres diende een aanvraag in voor een document duurzaam verblijf burgers van de Unie, welke door de staatssecretaris werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf en het ontbreken van voldoende middelen na beëindiging van haar relatie met de referent.
Eiseres stelde dat zij rechtmatig verbleef door een relatie van minimaal drie jaar met de referent en door verblijf bij haar Franse pleegkinderen die rechtmatig in Nederland verblijven. Tevens voerde zij aan ten onrechte niet te zijn gehoord in de bezwaarprocedure.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van het Vreemdelingenbesluit 2000, met name het middelenvereiste, omdat zij sinds 2011 een uitkering ontvangt en niet zelfstandig in haar levensonderhoud voorziet. Het standpunt dat het middelenvereiste niet geldt voor verzorgend verblijf bij pleegkinderen werd verworpen.
Ook was het horen in bezwaar niet verplicht omdat het bezwaar geen kans bood op een ander besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag duurzaam verblijf wordt ongegrond verklaard.