Uitspraak
V-nummer: [nummer]
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bij besluit van 2 januari 2017 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend.
De behandeling van het verzoek tot voorlopige voorziening vond plaats op 12 januari 2017, samen met de bodemzaak (zaaknummer NL17.24). Verzoeker werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, evenals de verweerder. Na het sluiten van het onderzoek heeft de voorzieningenrechter op 17 januari 2017 het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat de bodemzaak gelijktijdig werd behandeld en reeds een beslissing is genomen.
Daarnaast is de verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.