Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
V-nummer: [nummer]
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van asiel af te wijzen als kennelijk ongegrond. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de bodemzaak en heeft geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat om een voorlopige voorziening te treffen. De afwijzing van het verzoek betekent dat de beslissing van de staatssecretaris voorlopig blijft staan.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan verzoeker, een bedrag van €495. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.