ECLI:NL:RBDHA:2017:4536
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf nareis wegens ontbreken duurzaam huwelijk
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende persoon, stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor zijn vermeende echtgenote, referente. De rechtbank oordeelde dat alleen een kerkelijke huwelijksakte was overgelegd, die volgens het internationaal privaatrecht niet rechtsgeldig is omdat Eritrese autoriteiten religieuze huwelijksakten niet erkennen zonder registratie bij de burgerlijke stand.
Daarnaast zijn eiser en referente niet geslaagd in het aannemelijk maken van een duurzame en exclusieve relatie. De rechtbank wees op tegenstrijdige verklaringen over de verblijfplaats van referente, het aantal broers en zussen, en de frequentie van het contact na het vertrek van eiser uit Eritrea. Deze inconsistenties ondermijnden de geloofwaardigheid van hun beweringen.
De rechtbank verwierp ook het beroep op bewijsnood omdat dit niet nader was onderbouwd. Gezien het voorgaande verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis wordt ongegrond verklaard.