ECLI:NL:RBDHA:2017:4166
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om vrijstelling mvv-vereiste bij gezinshereniging met dochter
Eiseres, Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familielid van haar in Nederland geboren dochter met de Nederlandse nationaliteit. Verweerder wees het verzoek af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling van het mvv-vereiste.
Eiseres stelde dat toepassing van artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven) een vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigde en dat haar belangen onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een belangenafweging had gemaakt waarbij het Nederlandse restrictieve toelatingsbeleid zwaarder woog. De rechtbank vond dat verweerder alle relevante feiten had betrokken en dat de belangenafweging een fair balance vormde.
Ook werd geoordeeld dat er geen beschermenswaardig gezinsleven bestond tussen de dochter en haar vader, de ex-partner van eiseres, omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de omgang daadwerkelijk plaatsvond. De rechtbank verwierp voorts het beroep op schending van de hoorplicht, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning zonder geldige mvv wordt ongegrond verklaard.