Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiseres,
[naam],
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Afghaanse vrouw met twee minderjarige kinderen, diende op 16 december 2016 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verweerder vroeg en ontving bevestiging van Frankrijk dat zij de asielaanvraag zal behandelen.
Eiseres voerde aan dat Nederland de aanvraag op grond van artikel 16 of Pro 17 van de Dublinverordening had moeten behandelen vanwege haar persoonlijke omstandigheden en familiebanden in Nederland. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij en haar familieleden afhankelijk van elkaar zijn zoals bedoeld in artikel 16, onder meer omdat zij geen ernstige ziekte heeft.
Ook het beroep op artikel 17, dat Nederland discretionaire bevoegdheid geeft om de aanvraag te behandelen, werd verworpen. De rechtbank vond dat de omstandigheden van eiseres, als alleenstaande vrouw met kinderen en familie in Nederland, geen bijzondere, individuele omstandigheden vormen die overdracht aan Frankrijk onevenredig hard maken.
Verder is gebleken dat Frankrijk passende opvang en zorg zal bieden en dat eiseres geen medische noodzaak heeft aangetoond die een uitzondering rechtvaardigt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de niet-inbehandelingname van haar asielaanvraag is ongegrond verklaard.