ECLI:NL:RBDHA:2017:3842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.S.G. Jongeneel
- G. van Zeben-de Vries
- F. Arichi
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bevoegdheid WWplus en uitleg beëindigingsregeling wachtgelduitkering
Eiser, voormalig ambtenaar bij Defensie, betwistte de verlaging van zijn wachtgelduitkering en stelde dat WWplus niet bevoegd was om hierover te beslissen. Hij verwees naar een beëindigingsregeling uit 2002 waarin volgens hem een ongewijzigde uitkering tot aan zijn pensioen was toegezegd.
De rechtbank stelde vast dat WWplus op grond van het Mandaatbesluit bevoegd is om namens verweerder besluiten te nemen en in rechte op te treden. De verlaging van de uitkering was gebaseerd op het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie (BWDEF).
De rechtbank oordeelde dat artikel 5 van Pro de beëindigingsregeling ziet op een aanvulling bij lagere inkomsten uit nieuwe tewerkstelling en niet op een ongewijzigde uitkering zonder werkzaamheden. De verlaging van de uitkering was daarom rechtmatig en het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Eiser had aangevoerd dat de totstandkoming van de regeling anders was en dat hem mondeling een hogere uitkering was toegezegd, maar de rechtbank stelde dat dit verzoek expliciet aan de minister moest worden gericht. De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde eiser niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verlaging van zijn wachtgelduitkering wordt ongegrond verklaard.