ECLI:NL:RBDHA:2017:3750
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning familieleven wegens onvoldoende middelen en geen objectieve belemmering
Eiseres, met de Dominicaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om familieleven te kunnen uitoefenen met haar partner in Nederland. Haar aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan het middelenvereiste, aangezien haar partner volledig afhankelijk was van een IOAZ-uitkering en zij zelf geen eigen middelen had.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op de rechtspraak van het Europese Hof in de zaak Chakroun niet slaagt, omdat er geen sprake is van duurzame en zelfstandige middelen zoals vereist in de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarnaast werd een belangenafweging door verweerder terecht niet gemaakt, omdat toelating zou leiden tot aanvullend beroep op collectieve middelen.
Hoewel het familieleven tussen eiseres en haar partner in Nederland erkend wordt, biedt artikel 8 EVRM Pro geen recht op toelating zonder dat aan de voorwaarden wordt voldaan. Verweerder heeft het algemeen belang van Nederland voldoende meegewogen en terecht vastgesteld dat er geen objectieve belemmeringen zijn om het familieleven in de Dominicaanse Republiek voort te zetten.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Sinack en griffier Valk op 9 maart 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende zelfstandige middelen en het ontbreken van objectieve belemmeringen.