ECLI:NL:RBDHA:2017:3185
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- P.A. Buijs
- B.J. van Vugt-Jansen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning Tunesische aanvrager
Verzoeker, van Tunesische nationaliteit, heeft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door verweerder is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is aan verzoeker geen uitstel van vertrek verleend en is een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld in het kader van artikel 8:81 Awb Pro, waarbij onverwijlde spoed en belangenafweging centraal staan. De rechtbank constateert dat de ministeriële regeling waarbij Tunesië als veilig land van herkomst is aangemerkt, niet voldoende is onderbouwd en daarom onverbindend is verklaard voor zover Tunesië betreft.
Desondanks ziet de rechtbank geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen, mede omdat de hoofdzaak reeds is beslist en het verzoek om voorlopige voorziening daarmee overbodig is geworden. Het verzoek wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het opleggen van een inreisverbod wordt afgewezen.