ECLI:NL:RBDHA:2017:2423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet wegens geen Zambrano-situatie
Eiser, een Canadese staatsburger geboren in Afghanistan, heeft meerdere keren een verblijfsvergunning aangevraagd voor verblijf bij zijn Nederlandse echtgenote en hun kinderen met dubbele nationaliteit. Na eerdere afwijzingen en niet-ontvankelijk verklaringen, diende eiser op 29 juni 2015 een aanvraag in voor een bewijs van rechtmatig verblijf op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, met een beroep op artikel 20 VWEU Pro en het Zambrano-arrest van het Hof van Justitie.
Verweerder wees deze aanvraag af omdat de situatie van eiser niet voldoet aan de criteria van het Zambrano-arrest; de kinderen zijn niet zodanig afhankelijk van eiser dat zij de EU moeten verlaten als hij geen verblijfsrecht krijgt. De moeder, die de Nederlandse nationaliteit bezit, verzorgt de kinderen en kan daarbij gebruik maken van professionele hulp. De rechtbank volgt dit standpunt en wijst het beroep af.
Eiser voerde tevens een beroep in op artikel 8 EVRM Pro, maar de rechtbank oordeelt dat dit niet tot afgifte van een document als bedoeld in artikel 9 Vw Pro kan leiden. De rechtbank adviseert eiser een aanvraag op grond van artikel 8 EVRM Pro te overwegen gezien zijn langdurige verblijf en de worteling van zijn kinderen in Nederland.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een bewijs van rechtmatig verblijf wordt ongegrond verklaard.