ECLI:NL:RBDHA:2017:2420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen gedeeltelijke weigering openbaarmaking Wob-documenten over Rwanda
Eiseres, een journaliste, verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van twee rapporten van adviseur M. Witteveen over genocideprocessen in Rwanda en alle correspondentie binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie hierover. Verweerder weigerde aanvankelijk openbaarmaking van drie documenten, waaronder de rapporten en e-mails, maar herzag dit deels na bezwaar. Vervolgens werden negen extra documenten gevonden waarvan openbaarmaking deels of geheel werd geweigerd.
Eiseres stelde dat verweerder onvoldoende had gezocht en dat het verzoek te beperkt was opgevat. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat meer documenten aanwezig waren en dat haar nieuwe stelling te laat was ingebracht. De rechtbank bevestigde dat het algemene belang van openbaarheid niet afhankelijk is van het onderwerp.
De rechtbank toetste de weigering op grond van artikel 11 van Pro de Wob, dat bescherming biedt aan documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen. De rechtbank volgde verweerder in zijn standpunt dat de geweigerde informatie persoonlijke beleidsopvattingen bevatte en dat openbaarmaking hiervan niet verplicht was. Ook de stelling dat sommige documenten openbaar moesten worden vanwege eerdere citaten werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
Verder oordeelde de rechtbank dat passages in een document buiten de reikwijdte van het verzoek vielen. Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het vonnis is uitgesproken op 28 februari 2017 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke weigering van openbaarmaking van documenten is ongegrond verklaard.