Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 juli 2016, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis van 2 november 2016, waarbij een comparitie van partijen is gelast;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser vordert betaling van een bedrag dat door de gemeente is geïncasseerd via derdenbeslag op een en/of bankrekening die hij samen met een pleegdochter van hem aanhield. De pleegdochter had een bijstandsuitkering ontvangen die later werd ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht. De gemeente legde beslag op het saldo van de bankrekening waarop beiden rekeninghouders waren.
Eiser stelt dat de pleegdochter nooit gerechtigd was tot de gelden op de rekening en dat het geld toebehoort aan een neef die in het buitenland woont. Hij betoogt dat de gemeente onrechtmatig handelt door beslag te leggen en weigert terug te betalen.
De rechtbank oordeelt dat de pleegdochter als mede-rekeninghouder over het gehele saldo kon beschikken en dat het saldo als vermogensrecht van haar moet worden aangemerkt. De draagplicht tussen rekeninghouders is niet relevant voor de rechtmatigheid van het derdenbeslag. De vordering van eiser wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt dat derdenbeslag op een en/of bankrekening rechtmatig is ongeacht de draagplicht tussen rekeninghouders.