Uitspraak
Rechtbank Den Haag
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
(de rechtbank neemt, gezien de rest van de verklaring, aan dat bedoeld is: [nummer]) en de andere twee stonden op de trap van de flat. Zij zag dat de jongen die in de tuin stond glas op zijn broek had en dit vervolgens van zijn broek afveegde. Getuige [getuige] heeft de verdachte voor 100 % herkend als zijnde de jongen die in de tuin stond. [4]
4.De strafbaarheid van de feiten
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf/maatregel
7.De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel
€ 140,86, bestaande uit een bedrag van
immateriële schadead € 100,-, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien de angsten van de dochter van de benadeelde partij, naar het oordeel van de rechtbank, niet als rechtstreeks schade die is toegebracht door de poging woninginbraak kunnen worden gezien.
€ 40,86.
€ 40,86,vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 6 april 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd
[slachtoffer 1].
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
62 DAGEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde;
2 jarenonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
[slachtoffer 1], een bedrag van
€ 40,86, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 6 april 2016tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
[slachtoffer 1];
1 dag;