ECLI:NL:RBDHA:2017:225
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit weigering toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
Eiseres, met de Guinese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 19 september 2016, waarin haar aanvraag op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd afgewezen. Het Bureau Medische Advisering (BMA) had geadviseerd dat eiseres in staat is om te reizen mits begeleiding door een psychiatrisch verpleegkundige en dat na aankomst een overdracht aan een psychiater noodzakelijk is. Hoewel bij uitblijven van behandeling een medische noodsituatie kan ontstaan, is behandeling in Guinee mogelijk en is medicatie aanwezig.
Eiseres voerde aan dat behandeling alleen in een vertrouwde omgeving mogelijk is en dat overdracht levensbedreigend zou zijn. Zij stelde dat in Guinee de vereiste behandelaars en medicatie ontbreken. De rechtbank oordeelde dat eiseres geen contra-expertise had overgelegd en dat haar bezwaren onvoldoende concreet waren om twijfel te zaaien over het BMA-advies. Ook werd geoordeeld dat het BMA-advies zorgvuldig, inzichtelijk en concludent was, mede gebaseerd op meerdere vertrouwensartsen en behandelaars.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Het vonnis werd uitgesproken door rechter W. Toekoen op 11 januari 2017. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de aanvraag op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 is ongegrond verklaard.