ECLI:NL:RBDHA:2017:2150
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaar gegrond verklaard tegen opname DNA-materiaal na vrijspraak hoger beroep
De rechtbank Den Haag behandelde een bezwaar ex artikel 7 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van de bezwaarde. De bezwaarde was aanvankelijk veroordeeld voor diefstal in vereniging met valse sleutel en diefstal, maar in hoger beroep vrijgesproken van het eerste feit en enkel veroordeeld voor diefstal.
De afname van het DNA-materiaal was bevolen op grond van de oorspronkelijke veroordeling voor diefstal in vereniging met valse sleutel. Nu deze veroordeling in hoger beroep is komen te vervallen, ontbreekt formeel de grondslag voor de afname van het DNA-materiaal. Hoewel de bezwaarde wel is veroordeeld voor diefstal, was de afname niet bevolen op basis van dit feit.
De rechtbank oordeelt dat de opname van het DNA-profiel in de databank niet kan worden gebaseerd op de veroordeling voor diefstal, omdat de afname niet op dit feit was bevolen. Daarom verklaart de rechtbank het bezwaar gegrond en beveelt de vernietiging van het afgenomen DNA-materiaal. De uitspraak werd gedaan op 7 maart 2017 door rechter A.M. Boogers.
Uitkomst: Bezwaar gegrond verklaard en vernietiging van het afgenomen DNA-materiaal bevolen.