ECLI:NL:RBDHA:2017:1929
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens geldige verblijfsvergunning in Duitsland
Eiseres, een Syrische vrouw, heeft zich in december 2016 gemeld bij het AZC in Ter Apel en een asielaanvraag ingediend. Zij verklaarde uitgehuwelijkt te zijn en vluchtte vanwege mishandeling van haar ex-man. Hoewel zij vreest voor eerwraak in Duitsland, waar zij een geldige verblijfsvergunning bezit, verzocht zij om bescherming in Nederland.
Verweerder stelde op grond van de Dublinverordening en artikel 30a, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 vast dat de aanvraag niet-ontvankelijk is omdat eiseres reeds internationale bescherming geniet in Duitsland. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat eiseres haar zorgen over bescherming tegen haar ex-man in Duitsland bij de Duitse autoriteiten moet voorleggen.
De rechtbank wees ook het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat het beroep ongegrond werd verklaard. Verder werd opgemerkt dat gezinshereniging via een reguliere verblijfsvergunning kan worden aangevraagd. De rechtbank oordeelde dat het familieboekje niet tot een positieve asielbeslissing kan leiden zolang de geldige Duitse verblijfsvergunning bestaat.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de asielaanvraag niet-ontvankelijk en wijst het beroep ongegrond.