ECLI:NL:RBDHA:2017:1906
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens twijfel aan echtheid huwelijksakte
Eiseres, met de Somalische nationaliteit, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan als gezinslid op basis van haar huwelijk met referent. Verweerder wees de aanvraag af omdat Bureau Documenten concludeerde dat de huwelijksakte met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet echt is. Eiseres voerde aan dat deze conclusie onvoldoende onderbouwd is en dat de huwelijksakte wel degelijk rechtsgeldig is, onder meer gesteund door verklaringen van de Somalische ambassade en een rechtbank in Ethiopië.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht uitgaan van het deskundigenadvies van Bureau Documenten, aangezien eiseres geen contra-expertise had overgelegd. De verklaringen van de ambassade en de rechtbank werden niet als bevestiging van het huwelijk op 10 november 2014 aanvaard. Ook het beroep op schending van de hoorplicht werd verworpen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank concludeerde dat niet is komen vast te staan dat sprake is van een huwelijk en daarmee ook geen gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het primaire besluit tot afwijzing van de mvv gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen wegens twijfel aan de echtheid van de huwelijksakte.