Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
V-nummers: [nummer] en [nummer 1]
Rechtbank Den Haag
Eisers, burgers van Bosnië en Herzegovina, hebben op 12 januari 2017 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft deze aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat Bosnië-Herzegovina als veilig land van herkomst wordt beschouwd. Eisers kregen een vertrektermijn onthouden en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Eisers voerden aan dat de behandeling van hun aanvragen in het zogenaamde spoor 2 in strijd was met de Procedurerichtlijn en het zorgvuldigheidsbeginsel. Ook stelden zij dat verweerder onvoldoende rekening hield met hun psychische problemen en dat medische stukken te laat werden verstrekt. De rechtbank oordeelde dat de behandeling binnen spoor 2 niet onzorgvuldig was, dat eisers geen procesbelangenschade leden en dat de medische stukken geen aanleiding gaven tot uitstel van vertrek.
De rechtbank concludeerde dat eisers onvoldoende aannemelijk maakten dat zij geen bescherming kunnen inroepen in Bosnië-Herzegovina en dat de afwijzing van hun asielaanvragen terecht was. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard.