ECLI:NL:RBDHA:2017:1772
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit was gebaseerd op de Dublinverordening, waarbij Oostenrijk werd aangewezen als verantwoordelijke lidstaat voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser verzocht tevens om een voorlopige voorziening, maar verscheen niet op de zitting. De rechtbank oordeelde dat de wens van eiser om naar Griekenland te vertrekken niet relevant is binnen het Dublinverdelingssysteem. De rechtbank vond het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een voorlopige voorziening.
Eiser stelde dat er humanitaire en bijzondere omstandigheden zijn, maar deze werden niet concreet gemaakt. De rechtbank achtte Oostenrijk gehouden om de asielaanvraag conform Europese richtlijnen te behandelen. Het beroep werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.