Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2017 in de zaak tussen
[eiser] , geboren op [1973] , van Russische nationaliteit, eiser
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
structureleweigeringen of beperkingen, terwijl in het beleid, zoals neergelegd in paragraaf C2/3.2 van de Vc, onder ‘Risicogroepen’, is vermeld dat verweerder een bevolkingsgroep als risicogroep kan aanwijzen als blijkt dat vervolging van vreemdelingen behorend tot deze bevolkingsgroep in het land van herkomst veel voorkomt, dat het daarbij niet hoeft te gaan om systematische vormen van vervolging maar de vervolging ook een meer incidenteel karakter kan hebben en dat de vreemdeling die – zoals in dit geval – behoort tot een door verweerder aangemerkte risicogroep, met
geringe indicatiesaannemelijk kan maken dat zijn problemen die verband houden met één van de vervolgingsgronden leiden tot gegronde vrees voor vervolging [cursivering rechtbank]. De rechtbank heeft in dat kader voorts overwogen dat verweerder geen duidelijkheid heeft verschaft over de vraag wanneer in zijn algemeenheid sprake van is van geringe indicaties en ook geen handvatten of voorbeelden heeft aangereikt op basis waarvan kan worden beoordeeld of een aspect door verweerder al dan niet terecht als geringe indicatie is aangemerkt. Ook heeft verweerder zijn stelling, dat hiv-besmettingen in Rusland veel voorkomen, ook onder niet homoseksuelen, zodat niet automatisch een (stigmatiserende) link wordt gelegd met homoseksualiteit, niet (met bronnen) onderbouwd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.237,50.