ECLI:NL:RBDHA:2017:16762
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Erkenning van buitenlandse adoptie van minderjarige uit Armenië
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot erkenning van een in Armenië uitgesproken adoptie van een minderjarige die sinds 2012 in Nederland woont bij verzoekster. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een rapport uit waarin zowel beschermende als risicofactoren werden gesignaleerd. De minderjarige woont in een veilige en stabiele omgeving, voelt zich goed en ontwikkelt zich positief. Wel is er zorg over het gebrek aan adoptiespecifieke kennis bij verzoekster en het late moment waarop de minderjarige over haar adoptie is geïnformeerd.
De rechtbank oordeelt dat het Haags Adoptieverdrag niet van toepassing is omdat het toen nog niet in werking was tussen Nederland en Armenië. De Raad adviseert positief over erkenning, ondanks het feit dat verzoekster de wettelijke procedure niet heeft gevolgd. De rechtbank weegt het belang van het kind zwaar en concludeert dat erkenning noodzakelijk is om de continuïteit en stabiliteit in het leven van de minderjarige te waarborgen.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat een juiste geboorteakte ontbreekt en bepaalt zij de geboortegegevens van de minderjarige conform de beschikbare stukken. De ambtenaar van de burgerlijke stand wordt gelast de adoptie in de registers te vermelden. De beschikking wordt uitgesproken door kinderrechter Westerhuis-Evers op 10 november 2017.
Uitkomst: De rechtbank erkent de buitenlandse adoptie van de minderjarige en gelast de vermelding daarvan in de burgerlijke stand.